Voorkomen of genezen

Zie onderstaand het rapport uit 1993

Bron: Raad
Type document: Voordracht
Nummer Gemeenteblad: 313
Onderwerp: Nota van het raadslid Hooijmaijers, getiteld: Voorkomen of genezen;
funderingsproblemen in de gordel
Datum publicatie:13-05-1993
Datum Raad:26-05-1993
Besluit Raad: om preadvies

Tekst:

Nr. 313. Nota van het raadslid Hooijmaijers, getiteld: Voorkomen of genezen; funderingsproblemen in de gordel ’

Amsterdam, 13 mei 1993.

Aan de Gemeenteraad

Amsterdam die grote stad, die is gebouwd op palen;
wanneer die stad eens omme viel, wie zou dat betalen? Het antwoord is eenvoudig “sijmen”, of met andere woorden: de belastingbetaler.
Bekend is dat Amsterdam op zeer slappe grond is gebouwd en zeer dicht boven de grondwaterspiegel. Bij de uitbreiding van de stad na 1867 buiten de buitensingelgracht moest in poldergebied worden gebouwd, waarbij ophogingen nodig waren om op het peil van de stad te komen. Deze ophoging werd gedaan door een zandpakket aan te brengen, met als functie: een goede drainage, een drukverdelende werking ten behoeve van de verkeersbelasting en de mogelijkheid om leidingen en kabels aan te brengen.
Naarmate de stad verder uitbreidde, werden steeds meer poldergebieden bij de bebouwde stad betrokken. Er waren toen reeds ideeën om de bebouwing op polderniveau aan te leggen, doch hiertegen kwam verzet van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst, die voor onder meer malaria vreesde. Het resultaat was dat steeds meer
gebieden werden opgehoogd en de ophogingspakketten steeds dikker werden.
Tot de eerste wereldoorlog werd dit ophoogzand opgebracht door middel van los storten, waardoor de pakking van deze lagen niet al te dicht was. Na 1918 werd het merendeel van dit ophoogzand door opspuiting aangebracht, waardoor na ontwatering een zeer dichte pakking van deze lagen ontstond.

De bestaande stad.

Het is duidelijk dat ondergetekende hier de gordel bedoelt, het stedebouwkundig deel van Amsterdam waaraan de naam van Berlage zo nadrukkelijk is verbonden. Overigens wil ondergetekende niet nalaten te vermelden dat bij voorbeeld ook de Transvaalbuurt in Oost hieronder valt. Het gaat dus niet alleen om de westelijke tuinsteden.
De dikke zandpakketten met grote dichtheid zijn de oorzaak van eenzeer hoge negatieve kleef. Negatieve kleef ontstaat doordat de opgebrachte zandlagen zakken, omdat ze op zeer slappe lagen rusten, die gemakkelijk vervormen. Deze zakkende zandlagen hangen door wrijving aan de heipalen en vormen zo een extra belasting op de palen. De grootte van de gesommeerde wrijving is weer afhankelijk van de pakkingsdichtheid en de dikte van de laag ophoogzand, zodat duidelijk is dat in de opgespoten gebieden de gevolgen van negatieve kleef zeer groot kunnen zijn. Wanneer dan ook nog het feit onder ogen wordt gezien, dat deze wijken voor het overgrote deel op houten palen gefundeerd zijn, die weinig reservedraagvermogen hebben, dan is het duidelijk dat calamiteiten niet kunnen uitblijven.
Uit tal van metingen blijkt dat het probleem steeds manifesteroptreedt en in de komende jaren steeds duidelijker voor het voetlicht zal treden.

Calamiteiten.

Deze zijn mede opgetreden in de Indische buurt, waar de opgespoten zandlagen gemiddeld 6 meter dik zijn en waar nu ongeveer 75% van de oorspronkelijke bebouwing is gesloopt als gevolg van de negatieve kleef. Een dergelijk probleem manifesteert zich op dit moment in de Rivierenbuurt, waar de aangebrachte zandlaag plaatselijk 4 meter dik is
en waar reeds bij verschillende panden funderingsherstel heeft plaatsgevonden en op enige plaatsen sloop dreigt.
Ook de rest van de gordel heeft op een groot aantal locaties dikke zandpakketten.
Nu is het zo dat bij voorbeeld in de Rivierenbuurt en in Zuid de woningbouw van een prijsklasse is die funderingsherstel of verbetering financieel haalbaar maakt, doch in de overige buurten zijn dit juist de goedkope woningen van redelijke kwaliteit, iets waaraan juist zo’n grote behoefte is.

Dilemma.

De vraag rijst nu, doet de gemeente hier iets aan of laat de gemeente uit valse zuinigheid de zaak op zijn beloop, met als resultaat dat in de komende jaren duizenden van deze panden verzakken en daarna gesloopt moeten worden.

Oplossing.

Dit hoeft niet, vindt ondergetekende, want er is een methode om dit te voorkomen of op zijn minst voor vele decennia uit te stellen.
De heer G. Vlas, voormalig hoofd van de civieltechnische afdeling van de sector Bouwtoezicht van de Bouw- en Woningdienst Amsterdam, heeft in een recentelijk gehouden afscheidsvoordracht, onder de titel Ophogen enverzakken, hier nog eens duidelijk op gewezen.
Het proces bestaat eruit om een gedeelte van de zandlagen onder en rondom de panden te verwijderen door water in te spuiten en het ontstanezand- watermengsel weg te zuigen. Hierna wordt de ontstane ruimte aangevuld met schuimbeton, dat ook gespoten kan worden. Het resultaat is een aanzienlijke gewichtsvermindering van het bovenste grondpakket, terwijl het schuimbeton met een soortelijk gewicht van minder dan 1000 kg/m3 onder (grond)water “niets weegt”, waardoor het verzakkingsproces
kan stoppen. De gehele operatie kan plaatsvinden, terwijl de panden bewoond blijven.
Natuurlijk kost de funderingsontlasting geld, doch slechts een fractie van de kosten van sloop en herbouw.
Uiteraard moet een inventarisatie ten gevolge van negatieve kleef worden gemaakt, waarbij de gemeente de gelegenheid te baat moet nemen om die panden die vanwege een te slechte technische staat toch al gesloopt moeten worden, te herbouwen met woningen van andere financieringscategoriën . Hierdoor kan enerzijds het sociaal-economisch
draagvlak van de wijken worden verbeterd en anderzijds de gewenste woningsoortverdeling volgens het Structuurplan-nieuwe-stijl worden verbeterd.
Bovendien blijft op deze wijze een groot aantal redelijk goede,goedkope woningen behouden, om maar niet te spreken van het behoud van een groot deel van de zogenaamde volkswoningbouw in de Amsterdamse school, iets waarvoor Amsterdam in die tijd beroemd was.

Er wordt nu bij voorbeeld veel aandacht besteed aan het Mercatorplein, terwijl de kans groot is dat op niet te lange termijn hier funderingsschade kan optreden. Immers, de toren is niet voor niets gesloopt!
Hiernaast geldt het vorengestelde ook nog voor een deel van de naoorlogse wijken, waar op houten palen gefundeerd is inophogingsgebieden.

Resumerend

Samenvattend kan worden gesteld dat als de gemeente niets doet, op afzienbare tijd grote schade zal optreden, gevolgd door sloop, hetgeen kapitaalvernietiging is.
De VVD vindt het duidelijk dat Amsterdam de goede en goedkope woningen broodnodig heeft voor het huisvesten van de minder draagkrachtige inwoners, daar goedkope nieuwbouw in Amsterdam niet meer mogelijk is.

Wat kost het

Het betreft hier naar schatting duizenden panden die grotendeels in bezit zijn van de woningbouwverenigingen en particuliere exploitanten.
De kosten per pand zullen tussen de 10.000 en 20.000 liggen,
hetgeen 4000 of 5000 per woning is. Dit zou globaal een bedrag van 400 miljoen gulden vergen, waarbij te denken valt aan een gefaseerde uitvoering, verdeeld over bij
voorbeeld tien jaar. Hiertoe zou een plan van aanpak moeten worden opgesteld na een grondige inventarisatie, waarbij de urgentie dient te worden vastgesteld.

Wat kost het als je niets doet.

Bedenk wel, dat indien er niets wordt gedaan door de gemeente, de kosten van funderingsherstel per pand minimaal 80.000 bedragen, dus minimaal 20.000 per woning plus bijkomende kosten van uitplaatsing enz. Dit vergt dus een bedrag van globaal 1100 tot 2200 miljoen gulden.
Bij sloop, gevolgd door nieuwbouw, zal er naast de kapitaalvernietiging nog een fors bedrag aan subsidie en kopkosten op tafel moeten komen, alsmede huursubsidie, over een fors aantal jaren.

Nu ingrijpen betekent later sparen.

Het is een eenvoudig rekensommetje om in te zien dat de besparingen in de toekomst een bedrag van tussen de 900 en 1800 miljoen gulden
zullen bedragen. Hierbij wordt dan tevens een woningbezit veilig gesteld, met goede en betaalbare woningen en ten dele een unieke architectuur, maar ook wordt
het sociaal-economisch draagvlak verbeterd in de wijk door waar herbouw noodzakelijk is, dat te doen in andere woningtypen.

Financiering.

De benodigde financiën zouden volgens de VVD kunnen worden gevonden door de volgende bronnen:
1. afspraken met het rijk, dat hierdoor in de toekomst minder woningsubsidies behoeft te verstrekken;
2. het Stadsvernieuwingsfonds;
3. reserves van woningbouwverenigingen; ruim 1 miljard gulden;
4. eigen bijdrage van particuliere eigenaren;
5. het Vereveningsfonds, daar waar extra grondopbrengsten ten gevolge van sloop en vervanging door woningen in de vrije sector plaatsvindt.

Deze nota is geschreven door een werkgroep van de VVD, bestaande uit de hierna volgende personen:
A.M.C.A. Hooijmaijers, gemeenteraadslid voor de VVD;
G. Vlas, voormalig hoofd civieltechnische afdeling van de sector
Bouwtoezicht van Bouw- en Woningdienst Amsterdam;
W.F. Evers, raadgevend ingenieur.

Ondergetekende verzoekt uw Vergadering, deze nota in handen te stellen van het College van Burgemeester en Wethouders om preadvies.

Het lid van de Gemeenteraad,

A.M.C.A. Hooijmaijers

https://www.nrc.nl/…/tienduizenden-panden-in-amsterdam-kamp…

fundering

Advertenties

Over voorziener

Ben 73 jaar inmiddels en heb interesse in de politiek en hoe wij met zijn allen leven op deze wereld van nog 13.000 km doorsnede en we elkaar bevechten meestal om dat rotgeloof
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

snap er de ballen van en heb een herseninfarct gehad in 2007 maar wou graag mijn archief terug van 2012 en niemand kan dat waarmaken

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s